Zo krijgt het microbioom een (welverdiende) plek in de spreekkamer

16 juli 2025

De afgelopen jaren is er veel vooruitgang geboekt in het onderzoek naar het microbioom. We weten inmiddels dat darmbacteriën een belangrijke rol spelen in gezondheid en ziekte. Maar hoe vertalen we die kennis naar de spreekkamer? Ondanks veelbelovende inzichten zijn concrete handvatten voor zorgverleners nog beperkt beschikbaar.

Een internationaal panel van experts bracht in het tijdschrift Cell de stand van zaken in kaart. Hun boodschap is duidelijk: als we willen dat microbioomonderzoek zijn weg vindt naar de praktijk, is meer samenwerking nodig tussen microbiologen en zorgprofessionals. Alleen zo kunnen we komen tot bruikbare protocollen en passende bij- en nascholing.

Diagnostiek dichterbij dan we denken

Het analyseren van het microbioom biedt veelbelovende kansen in de diagnostiek. Zo blijkt het mogelijk om via ontlastingsonderzoek darmkanker nauwkeuriger op te sporen. Ook worden specifieke bacterieclusters steeds vaker in verband gebracht met chronische darmziekten zoals IBD en colitis ulcerosa. Toch blijft brede toepassing uit door hoge kosten, gebrek aan standaardisatie en beperkte externe validatie.

Van poeptransplantatie naar gerichte therapie

Een voorbeeld van microbioomtherapie in de praktijk is fecestransplantatie (FMT). Deze methode wordt inmiddels regelmatig ingezet bij terugkerende Clostridium difficile-infecties (rCDI) en lijkt ook veelbelovend bij aandoeningen zoals het prikkelbare darmsyndroom (PDS) en IBD. Toch is FMT nog geen standaardzorg, onder andere door het beperkte aantal geschikte donoren en verschillen in regelgeving. Zo wordt FMT in het ene land geclassificeerd als medicijn, en in het andere als weefseltransplantaat. Dat maakt standaardisering van methoden lastiger.

Om deze knelpunten te omzeilen, worden nieuwe behandelingen ontwikkeld, zoals therapieën met kunstmatig samengestelde bacteriepopulaties. Deze ‘levende medicijnen’ zijn al goedgekeurd voor rCDI en worden momenteel onderzocht bij andere chronische aandoeningen. Dankzij hun gestandaardiseerde samenstelling zijn ze veiliger toe te dienen, makkelijker op te schalen en beter in te passen in bestaande zorgprocessen. Dit laat zien dat de weg van fundamenteel inzicht naar klinische toepassing wel degelijk mogelijk is, als de juiste voorwaarden worden gecreëerd.

De kloof dichten

Om de vertaalslag van laboratorium naar spreekkamer te maken, is standaardisatie dus essentieel: in methoden, analyses én rapportages. Minstens zo belangrijk is dat zorgverleners worden meegenomen in dit proces. Denk aan duidelijke richtlijnen, praktijkgerichte scholing en aandacht voor de rol van voeding. Voeding biedt directe aanknopingspunten om het microbioom positief te beïnvloeden.

Vooral diëtisten kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Door hun expertise te combineren met microbiologische kennis ontstaat er ruimte voor nieuwe, haalbare behandelstrategieën waarin het microbioom structureel wordt meegenomen.

Een van de auteurs van het artikel in Cell is Rinse Weersma, hoogleraar bij het UMC Groningen. Vanuit zijn expertise op het snijvlak van onderzoek en zorg is hij nauw betrokken bij Buikbelang.

Ander nieuws

Wereld Microbioomdag: Tim Spector over de kracht van 30 verschillende planten per week

Op 27 juni is het Wereld Microbioomdag. Buikbelang spreekt met professor Tim Spector, arts, epidemioloog en een van de meest invloedrijke onderzoekers op het gebied van voeding en het darmmicrobioom.

26 juni 2026

Nieuw Holomicrobioom Innovatie Instituut bundelt kennis over microbiomen

Het nieuwe Holomicrobioom Innovatie Instituut is officieel van start gegaan. Met een bijdrage van € 200 miljoen uit het Nationaal Groeifonds brengt het instituut onderzoekers, kennisinstellingen, bedrijven en maatschappelijke organisaties samen om kennis over microbiomen sneller te vertalen naar oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen.

4 juni 2026

Nieuw onderzoek naar gepersonaliseerde darmgezondheid 

Hoewel voedingsvezels bekend staan om hun positieve effect op de darmgezondheid, reageren mensen verschillend op specifieke soorten vezels. Dit maakt het lastig om te bepalen welke vezels het meest effectief zijn voor een individu. 

28 mei 2026